COLUMN | Stripwereld, verenigt u!

Wat mij al enige tijd mateloos fascineert, is hoe de stripwereld zichzelf presenteert aan het grote publiek. Of beter gezegd, hoe dat over het algemeen NIET gebeurt. Want met een display op een stripbeurs gaan staan en zo af en toe eens een boek opsturen naar recensenten, is niet genoeg in een tijd waarin elke sector moet dringen om een plekje in het zonlicht van de consument. De strip blijft lekker in zijn eigen wereldje hangen, en ondertussen klagen we massaal ach en wee dat de strip zo weinig aandacht krijgt.

© Peter Beemsterboer/StripGlossy

Ik zie enorm veel organisaties in de stripwereld, maar verbijsterend weinig organisatie. Iedereen zit lekker op zijn eigen eilandje. Het collectieve belang van de strip raakt steevast ondergesneeuwd tegenover het belang van de eigen beurs, de eigen uitgeverij, de eigen collectie of de eigen club. Terwijl een florerende strip in het belang is van de hele stripwereld. Ook als je er tijd en geld in moet steken, en je er niet direct iets van terugziet. Het gaat om de lange termijn, maar er wordt slechts een klein stukje vooruitgekeken. Als een striptekenaar die steeds het volgende plaatje bedenkt, maar geen idee heeft hoe hij op die laatste bladzijde moet komen om er een goed boek van te maken.

Ben ik te negatief? Laten we dan eens de balans opmaken van het jarenlang ontbreken van beleid en organisatie in de stripwereld.

  • Een grote uitgeverij (Strip2000) is failliet gegaan, met tientallen tekenaars die gedupeerd achterbleven.
  • Museum Strips! in Rotterdam moest al binnen een jaar de deuren sluiten, ook weer met tientallen gedupeerde tekenaars en groot drama tot gevolg.
  • Het andere stripmuseum in Groningen verhuist volgend jaar naar een kleinere locatie, en voegt ook nog eens games en animatie aan de collectie toe. Geen gekke gedachte om die onderwerpen samen te pakken, maar per saldo geen vooruitgang voor de strip.
  • Het aantal bezoekers van stripbeurzen is flink gedaald (misschien zijn er te veel beurzen?)
  • De enige prijs voor striptekenaars met een serieus geldbedrag (de Marten Toonderprijs, 25.000 euro) is binnen drie jaar alweer afgeschaft.
  • Een van de beste en succesvolste strips van Nederlandse bodem, Gilles de Geus, kon geen vervolg krijgen omdat de financiering niet rond kwam.
  • De verkoopsuccessen komen inmiddels uit Vlaanderen, waar oude strips op een innovatieve manier in een nieuw jasje zijn gestoken (Amoras, J-Rom).

Natuurlijk valt hier een hoop tegenin te brengen. In elke zaak spelen een hoop andere dingen mee, en een clubje beleidsmakers kan een faillissement niet tegenhouden. Maar het had de gevolgen misschien kunnen verzachten, en met jarenlange promotie en organisatie het klimaat voor de strip kunnen verbeteren.

Er is één club in Nederland waar iedereen naar kijkt als het gaat om het vertegenwoordigen van de strip: het Stripschap. Dat is een club van stripliefhebbers die elk jaar de belangrijkste stripprijzen uitreikt. En dat is het wel zo’n beetje. Ik interviewde voorzitter Meerten Welleman vorig jaar voor mijn podcast, en hij vertelde meerdere keren dat hij dingen doet ‘voor de leden van de vereniging’. Bijvoorbeeld het organiseren van De Stripdagen, waar leden gratis naartoe mogen. Of het maken van een jubileumboek (komt dat er eigenlijk nog?), dat ook een cadeau aan de leden is. Alles voor de leden, maar niet voor de strip. Het was voor mij een eyeopener. Het is hun goed recht dat de leden meer prioriteit hebben dan de strip in het algemeen, maar dan moeten we die voortrekkersrol dus ook niet meer van het Stripschap verwachten. Laat de stripliefhebbers dan maar lekker met elkaar de strip liefhebben.

Tijd voor iets nieuws dus. In mijn werk voor BNR Nieuwsradio had ik laatst contact met de Hondenbescherming. Ja, je leest het goed, naast de Dierenbescherming is er ook een Hondenbescherming. Die zomaar vijf mensen in dienst heeft (3,6 fte) en bijna 1.800 donateurs. En dat kan dus bestaan naast de Dierenbescherming, om specifiek voor honden op te komen! Mijn mond viel open.

Het geeft me vooral hoop. Als zo’n hondenbeschermclub bestaansrecht heeft en op basis van relatief weinig donateurs vijf man in dienst kan nemen om voor hun belangen op te komen, dan moet dat in de stripwereld toch ook kunnen!

Deze column is eerder verschenen in de StripGlossy.

Facebook
Twitter
Instagram
Volg via Email
RSS

4 Comments

  1. Wat Het Stripschap betreft herken ik wel wat je zegt. De focus ligt op de return on investment voor de individuele leden. Terwijl in mijn ogen de leden, lees donateurs, het promoten van de strip zouden moeten heiligen. Dat gebeurt te weinig of op een een verkeerde manier. Dat is jammer. De club staat niet echt open voor radicale veranderingen. Soms denk ik wel eens dat instituten als Het Stripschap nog bestaan omdat ze zo behoudend zijn. Je breekt geen potjes maar bereikt ook niet veel. Los van de bewondering en waardering voor de mensen die al zo lang hun schouders eronder zetten is het erg jammer dat er geen visie en daadkracht is. Wat ik niemand verwijt alleen jammer vind.

    • Er zijn diverse pogingen gedaan om te komen tot een nieuwe koers voor het Stripschap. Helaas zonder resultaat. het ontbreekt aan mensen, middelen, maar (ik vrees) ook aan de wil om te veranderen. Niet alleen bij het Stripschap zelf, ook bij uitgevers, verkopers, tekenaars en scenaristen en alle partijen erom heen. Zoals Robin terecht opmerkt, iedereen zit op zijn eigen eiland. Juist het Stripschap zou een mooie rol hebben kunnen spelen in het verenigen van de partijen.

  2. In je column hink je een beetje op twee gedachten. Enerzijds ben je van mening dat de stripwereld zich eens moet verenigen, anderzijds pleit je voor kleine initiatieven die meer zouden moeten het opkomen voor deelbelangen. Zoals de hondenbescherming alleen opkomt voor alleen de belangen van honden.
    Verder kun je de stripwereld en de wereld van dierenbescherming niet zomaar met elkaar vergelijken. De dierenbeschermingsbeweging ontstond (net als de natuurbeweging) aan het eind van de 19e eeuw. Vaak waren het lokale initiatieven van de plaatselijke notabelen. In de loop van de 20ste eeuw is een groot deel van deze initiatieven samen opgegaan in de Landelijke Vereniging tot bescherming van dieren. Daarnaast bleef een aantal lokale initiatieven voortbestaan. Zij zijn zich vaak op deelbelangen gaan richten. Deze kleinere clubs kunnen echter tot o de dag van vandaag rekenen op de steun van grote broer de landelijke vereniging. Ook financieel. Daarnaast hebben veel van de dierenclubs door hun ontstaansgeschiedenis een aardig eigen vermogen. Zie hier hoe clubs met maar weinig donateurs toch veel kunnen doen. In de stripwereld ontbreekt het aan dergelijke vermogens. Te meer reden voor vereniging, samenwerking en uit de schulp te kruipen.
    Overigens biedt ook de rest van je column alle reden voor discussie. Gaat het slecht met de strip omdat een slechte crowed fundingactie van Gilles de Geus is mislukt. Of omdat een stripmusuem zonder goed plan en met veel haast het niet haalt? Is het Stripmuseum Groningen minder slagvaardig en minder van belang omdat ze minder ruimte krijgt? Ik denk dat het van veel groter belang is wat ze gaan doen en hoe ze zich gaan opstellen. Gaan ze bijvoorbeeld ruimte bieden aan activiteiten en ontmoeting? Wordt het een plek van kennis en informatie? Enfin. Ik zou zeggen, je hebt een podcast. Misschien is dit een leuk onderwerp. Enne… het kan helpen als je daarbij eens wat andere mensen aan het woord laat dan de usual suspects.

    • Ik heb er bewust bij geschreven dat er meer dingen meespelen. Tuurlijk was de crowdfundingsactie voor Gilles de Geus niet heel goed georganiseerd en is het stripmuseum in Rotterdam vooral ten onder gegaan aan wanbeleid. Maar ik ben ervan overtuigd dat goede organisatiekracht een beter stripklimaat kan scheppen, en dat dit soort zaken daardoor minder stroef zouden gaan. En discussie is overigens altijd goed 🙂

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*