Grand Dame van de strip is eigenlijk dichteres

Ze was een van de eerste vrouwen in de Nederlandse strip. Vooral bekend als scenariste van de strip Noortje, al jaren een vaste waarde in meidenblad Tina. Patty Klein, in januari is ze zeventig geworden. Een portret van een eigenzinnige schrijfster die per ongeluk terecht kwam in de mannenwereld van de strip.

Patty Klein.jpgIn haar ruime eengezinswoning in een dorpje in de bossen rond Arnhem zijn honderden stripverhalen ontstaan. Patty Klein woont er met haar kat Priegel, maar niet lang meer. Er staat een te-koop-bord in de tuin. ‘Dit huis is mijn spaarcentje voor de oude dag’, zegt Klein. Het is tijd om te gaan huren en kleiner te gaan wonen, en dus is ze aan het opruimen. ‘Kijk, nummers van stripblad De Vrije Balloen uit de jaren zeventig. Wil je die hebben? En de autobiografie van Marten Toonder in drie delen, neem die ook maar mee. Ze staan toch vol met leugens.’

Klein heeft duidelijk geen hoge pet op van de schepper van Tom Poes. Het stoort haar dat Toonder nooit de credits aan zijn medewerkers gaf. ‘Hij deed altijd alsof hij alles zelf maakte.’ Klein ging in 1966 werken voor Toonder Studio’s, en maakte daarmee haar entrée in de stripwereld. ‘Ik solliciteerde in die tijd overal op. Er stond een advertentie in de krant dat ze stripschrijvers zochten bij Toonder. Ik schreef altijd gedichten, maar ik had nog nooit strips geschreven. Dankzij die gedichten vroegen ze me of ik de plot voor een verhaal van Tom Poes wilde schrijven.’

Woelwater schets 3.jpg
Studieschetsen van de Woelwater

Dat verhaal werd Tom Poes en de Woelwater, over een monstertje met zo’n grote dorst dat hij al het water opslorpt en voor een enorme droogte zorgt. ‘Ik mocht meteen al Tom Poes maken, toch de hogeschool van het stripschrijven. Maar na drie pagina’s van de strip in Donald Duck, hebben ze me toch maar op Hiawata gezet.’ Desondanks was Patty Klein een blijvertje, en de daaropvolgende jaren schreef ze verhalen voor de Toonder Studio’s en verschillende stripbladen, waaronder Sjors, Eppo, Tina, Okki en Taptoe.

In 1975 ontstond haar bekendste creatie: Noortje. Directe aanleiding was de samenvoeging van de stripbladen Sjors en Pep tot Eppo. Die samenvoeging betekende dat er tekenaars uit moesten, waaronder Jan Steeman. Klein had altijd fijn met Steeman samengewerkt en beloofde: ‘Ik ga jou aan werk helpen.’ Ze werkte al voor Tina en creëerde toen Noortje, een eigenwijze tienermeid waar de Tina-lezeressen zichzelf in konden herkennen. ‘Meiden wilden geen karikaturale strips. Jan was juist heel goed in die half naturalistische stijl. Als Noortje huilt, huilt ze verschrikkelijk hard. Jan kan dat heel goed tekenen, net iets overdreven.’

Zelf heeft Klein nooit kinderen gehad, toch weet ze precies hoe ze verhalen moet schrijven over een pubermeisje. ‘Ik ben zelf uitbundig aan het puberen geweest. Maar wat ik niet durfde, durft Noortje wel.’ En net als elke andere tiener heeft Noortje tegenwoordig een smartphone. ‘Ik moet het wel bijhouden. Bijvoorbeeld als ik in de krant lees dat kinderen geluksles krijgen, dan heb ik weer een verhaaltje. Als ik niet kan slapen ga ik Noortje-ideeën verzinnen.’Noortje.jpg

Ondanks de honderden stripverhalen die ze geschreven heeft, ligt haar grote passie ergens anders: bij het dichten. Onder de naam Patty Scholten –de achternaam van haar ex-man- heeft ze acht dichtbundels uitgebracht. Altijd met sonnetten (gedichten op rijm van precies veertien regels), en vaak met dieren in de hoofdrol. ‘In het begin beten de strips en de gedichten elkaar ontzettend’, blikt Klein terug. ‘Als ik dan aan het dichten was, had ik het gevoel dat ik spijbelde van de stripverhalen die ik moest schrijven. En als ik aan strips werkte, wilde ik liever dichten.’

Patty Klein zucht. ‘Ik zou heel graag weer eens willen dichten. Maar ik heb al twee jaar een writers block.’ Ze heeft sinds een tijdje problemen met haar evenwichtsorgaan, waardoor ze al een paar keer gevallen is. Inspiratie voor nieuwe sonnetten blijft daardoor uit. De verhalen van Noortje gaan wel gewoon door, en zelfs haar toekomst is verzekerd. ‘Ik heb een afspraak met Jan: als ik als eerste dood ga, wijst hij een nieuwe schrijver aan. En als hij als eerste gaat, kies ik een nieuwe tekenaar. Jan is ook al 85.’

Patty Klein laat haar ogen weer over de boekenplank gaan. ‘Zit er nog iets tussen dat je leuk vindt?  Hier, een boekje van Sjors, voorzitter van de rebellenclub, gesigneerd door Frans Piët. Neem maar mee.’ Het gaat op de stapel tussen de andere stripboekjes en haar eigen dichtbundels. ‘Maar niet op Marktplaats zetten, hoor.’

Dit interview is eerder gepubliceerd in de Boekenkrant.

 

Facebook
Twitter
Instagram
Volg via Email
RSS
Google+
https://stripjournaal.com/2016/06/21/grand-dame-van-de-strip-is-eigenlijk-dichteres/

1 Comment

  1. Dag Patty, overmorgen vier ik mijn overgang van 70 naar 71. Daar zal Jos Lander bij zijn, met Klaas. Verjaardagen voeren me steeds terug naar elders (we wonen nu in Enschede) en vroeger, de Tichel bijvoorbeeld. Op zolder bewaar ik nog altijd een flinke stapel (Vrije) Balloenen. Die maakte, dat ik wat op het web ging grasduinen en natuurlijk ook naar jouw naam zocht. Gevonden! Ik herinner me een bezoek aan jullie in Eck en Wiel. Hier las ik dit interview met je en een briefje aan je was snel geschreven. Hartelijke groet, Jelle van Buuren

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*