De stripprofessor leert je strips lezen

Dat strips ook een serieuze zaak zijn, bewijst Joost Pollmann. In zijn boek De stripprofessor analyseert hij het fenomeen strip tot in detail, maar uiteraard wel met humor: zelfs de ruimte tussen de plaatjes – ‘het gootje’- komt aan bod. Toch is ook de stripprofessor niet alwetend: ‘Ik heb nooit begrepen wat iedereen zo leuk vindt aan Garfield.’

Cover van De Stripprofessor.Joost Pollmann neemt plaats aan tafel in zijn woonkamer. Aan beide kanten staan goed gevulde boekenkasten, met uiteraard veel strips op de planken. Op de grond liggen stapeltjes papier gesorteerd: subsidieaanvragen voor het Vlaams Fonds voor de Letteren. Stripmakers kunnen daar hun project indienen om subsidie te krijgen, net als in Nederland. Pollmann zit in de commissie die de ruim veertig aanvragen moet beoordelen. ‘De Vlaamse stripwereld is nog kleiner dan de Nederlandse, iedereen kent elkaar,’ verklaart Pollmann. ‘Daarom willen ze er altijd een Nederlander bij hebben in de commissie.’

Dat hij iets van strips weet staat buiten kijf. Ruim twintig jaar stond Pollmann aan het hoofd van de Stripdagen Haarlem, hij geeft lezingen en schrijft essays en boeken over strips. Nu ligt zijn nieuwste boek er: De stripprofessor. Vijftig colleges over tekenkunst. ‘Ik schrijf boeken over strips omdat niemand anders in Nederland dat doet. Het zou toch zonde zijn als zo’n rijk oeuvre niet beschreven wordt.’

Toch zal de gemiddelde striplezer zich misschien afvragen waarom je vijftig colleges over strips zou lezen, in plaats van gewoon een stripboek? ‘Als ik de ideale lezer moet benoemen, dan is dat niet de striplezer,’ zegt Pollmann. ‘Ik richt me op de Nederlander met culturele belangstelling. Voor die mensen is het totaal niet vanzelfsprekend om een graphic novel of een goede strip te lezen. Ik hoop die mensen te bereiken.’ En dat lijkt te lukken, want toen Pollmann een tijdje terug bij de Amsterdamse boekhandel Scheltema zijn boek signeerde, kreeg hij juist veel reacties van mensen die (nog) niet veel strips lezen.

De stripprofessor over stijl

In zijn boek beschrijft Pollmann de strip in al zijn facetten en haalt hij voorbeelden aan van strips uit de hele wereld. Daarbij komen de mainstream-strips zoals Kuifje, Suske en Wiske of Asterix nauwelijks aan bod, maar duikt hij in de wereld van de graphic novel, simpelweg omdat hij vindt dat daar meer over te vertellen is. ‘Mainstream-strips zijn altijd series, de formule wisselt niet per aflevering. In een graphic novel zit meer persoonlijkheid, er wordt vaker een persoonlijk verhaal verteld.’

De 'spaghettilijn' van Barbara Stok zoals in het boek De Stripprofessor.
De ‘spaghettilijn’ van Barbara Stok.

Een van de aspecten uit strips die Pollmann analyseert is de stijl. Zo is de klare lijn een begrip in de stripwereld met tientallen navolgers. Pollmann voegt er met veel plezier een heel aantal stijlen aan toe: de bibberlijn, de liederlijke lijn, de rattige lijn of de spaghetti-lijn. De laatste is geïnspireerd op de lijnen die tekenares Barbara Stok gebruikt om een kapsel te tekenen voor het figuurtje dat zij zelf moet voorstellen. ‘Barbara heeft me er nog niet over gebeld,’ zegt Pollmann met een ondeugende grijns. ‘Maar ze kan er vast om lachen.’

Pollmann schrikt er ook niet voor terug om stelling te nemen in zijn boek. Zo schrijft hij over de populaire Amerikaanse strip Garfield: ‘Een van de grote raadsels in dit heelal is de populariteit van Garfield. (…) Is er echt iemand die ooit heeft kunnen lachen om Garfield? (…) Je kunt het je nauwelijks voorstellen.’ Waarna hij zo droog een scène uit de strip opsomt dat op zijn minst een glimlach niet te onderdrukken valt. ‘Ik vind die krantenstripjes vaak heel flauw,’ zegt Pollmann. ‘En ik vind die andere stripkat, Heinz, veel leuker.’

De stripjournalist

Een interessante ontwikkeling die in het boek langskomt is die van de stripjournalist: bijvoorbeeld een journalist die in oorlogsgebied geen artikel schrijft of een foto maakt, maar in een strip verwerkt wat hij ziet. De Amerikaan Joe Sacco (leestip!) heeft hierin als een van de eersten school gemaakt. ‘In een strip kun je zo’n verhaal veel persoonlijker maken,’ legt Pollmann uit. ‘Doordat mensen langer blijven kijken, kun je meer informatie geven. En wat te heftig is om te fotograferen, kun je wel tekenen.’ Buitenlandse krantenredacties gebruiken al stripjournalisten om hun verhalen te vertellen, maar in Nederland is het fenomeen nog niet doorgedrongen. Kan dat eigenlijk wel in een tijd waarin ‘alternative facts’ ongeremd rondgaan? Kijk je niet heel erg door de blik van de tekenaar? ‘Natuurlijk is die subjectief, maar dat weet je dan ook,’ zegt Pollman. ‘En door photoshop hebben foto’s ook hun autoriteit verloren.’

Joe Sacco over vluchtelingen.
Joe Sacco over vluchtelingen.

Pollmann is gegrepen door deze manier van vertellen, en hij is dan ook bezig om een tentoonstelling in te richten met tekeningen over de reis van vluchtelingen naar Europa. ‘Elk facet van die reis is in beeld gebracht door tekenaars.’ Van de vlucht uit Syrië tot de barre tocht over zee en de bureaucratische tegenslagen als ze Europa eenmaal bereikt hebben. De financiering moet nog rondkomen, maar de tekeningen heeft hij al op het oog. De stripprofessor is alweer bezig met de voorbereiding van zijn volgende college.

Joost Pollmann, De stripprofessor, Uitgeverij Podium (€ 22,50)

Dit artikel is eerder verschenen in de Boekenkrant.

Facebook
Twitter
Instagram
Volg via Email
RSS
Google+
https://stripjournaal.com/2017/03/29/stripprofessor-leert-strips-lezen/

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*