Hans Matla: ‘Ik weet het niet meer, het is niet best’

Na elf jaar van vruchteloze pogingen om zijn enorme stripcollectie onder te brengen bij de Koninklijke Bibliotheek, dreigt verzamelaar Hans Matla de handdoek in de ring te gooien. De enige optie die dan nog rest, is dat hij zijn unieke collectie in onderdelen gaat verkopen. Een nachtmerrie voor hem, én voor de echte stripliefhebber. ‘Nederland wil het niet. Zot hè?’

Met 70.000 stripboeken en 100.000 stripbladen, goed voor een gewicht van 45 ton en zeshonderd strekkende meter boekenplank, heeft Hans Matla een echt unieke collectie. Hij heeft zelfs de fundering van zijn Haagse woning laten verstevigen om zijn verzameling te kunnen dragen. De collectie Matla omvat alle Nederlandstalige strippublicaties van de afgelopen 150 jaar. Het resultaat van tientallen jaren fanatiek verzamelen. Maar dat levenswerk is nu in gevaar.

Hans Matla tussen zijn archiefkasten. Foto: De Wereld Draait Door
Hans Matla tussen zijn archiefkasten. Foto: De Wereld Draait Door

‘Ik moet er toch iets voor terug krijgen om een geruste oude dag te hebben’, zegt Matla. De collectie is zijn pensioen, en dus is hij al jaren op zoek naar een koper. 1,8 miljoen euro wil hij ervoor hebben, een fractie van de getaxeerde waarde van 6 tot 9 miljoen. ‘De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wil het graag hebben. Het zou geweldig zijn als daar alles in één keer kan worden ondergebracht.’

Podcast: Red de collectie Matla

Maar zo makkelijk gaat het niet. De KB heeft geprobeerd sponsors te vinden, maar kan het benodigde bedrag definitief niet op tafel leggen. Matla zit nu met de handen in het haar. De enige optie die nog rest is het in onderdelen verkopen van de collectie. Maar daarmee sloopt hij eigenhandig zijn levenswerk. ‘Ik weet het gewoon niet meer, hoor. Ik ben uitgepraat, ik weet niet meer wat ik nu nog moet doen.’

Belang van de collectie Matla

Een waardevol album dat ook in de collectie Matla te vinden is: Het Geheim van de Zwaardvis van Blake en Mortimer.

Het zou van groot cultuurhistorisch belang zijn om de collectie te behouden. Juist om ervoor te zorgen dat al die strips zichtbaar blijven. Want als je een tentoonstelling wil inrichten, kun je putten uit deze verzameling, zegt Matla. ‘In de collectie Matla zit alles. Oorlog, misdaad, godsdienst, erotiek, al die genres bevinden zich in het beeldverhaal. Of literaire strips; ik heb alles van Marten Toonder, meer dan duizend boeken. En ik verzamel ook alle buitenlandse publicaties van Nederlands strips. Ik heb alle Noorse, Zweedse en Deense tijdschriften waar bijvoorbeeld Tom Poes, Eric de Noorman of Kapitein Rob in hebben gestaan.’

Lees ook: Deze Kuifje-tekeningen hebben records opgeleverd

De collectie kan bovendien zichzelf onderhouden, aldus Matla. ‘Je kunt tegen betaling reproducties uit die boeken aanleveren. Of aan musea dingen uitlenen, daar wordt keurig een vergoeding voor betaald.’ Zonder een koper ziet het er echter somber uit. ‘Achteraf denk ik: het is krankzinnig. Dat krijgt nooit meer iemand bij elkaar. Als je dit uit elkaar trekt krijg je het nooit, nooit, nooit meer bij elkaar.’ Twee weken geleden heeft hij zelfs een koninklijke onderscheiding gekregen voor zijn verdienste voor de stripwereld.

En nu?

Matla slaakt eens een diepe zucht. ‘Bezit is een last.’ De eerste verzamelaars die graag in zijn collectie willen grasduinen, hebben zich al gemeld. Hans Matla houdt ze nog zoveel mogelijk af, maar op enig moment zal hij toch een knoop moeten doorhakken. ‘Hoe het ook zij, ik heb in ieder geval mijn hele leven ervan genoten’, besluit hij toch maar monter. ‘En dat doe ik nog steeds, elke dag.’

 

12 Comments

  1. Nog even aanvullend op mijn kort door de bocht bericht van gisteren. Wie ben ik zo n advies te geven, wat slechts spiegelt hoe ik om zou gaan met mijn kleine stripbezit. Hans Matla is niet slechts een verzamelaar of zakenman ( geweest ?) echter zijn diepgaande kennis en kunde over boekdrukken, papier, historisch perspectief en algemene kennis is ook uniek net als zijn mondelinge als schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid. Ook daarvoor verdient Hans Matla een standbeeld en erkenning. Het probleem van een unieke collectie en de handen in Museaal Nederland niet op elkaar kunnen krijgen die collectie ” te borgen ” is simpelweg dat “stripkunst” nooit een vergelijkbare erkenning heeft gekregen als de bekende Rijksmuseum / van Gogh etc cultuur. Daar is het mogelijk idiote prijzen te betalen voor kunst uit een onuitputbaar Staatspotje ( By the way belastinggeld waar de aankopers mee om gaan of het hun eigen geld is ….) . Als ik het goed heb is er slechts 1 groot Nederlands stripmuseum geweest ( Groningen helaas dicht zegt al veel ) en wordt onze stripwereld bij elkaar gehouden door particuliere enthousiastelingen waaronder nog enkele kleine uitgeverijen en prive musea. Ik wens Hans en zijn familie het beste , vaak nog terugdenkend aan de wekelijkse bezoeken aan het gezellige Panda Frederikstraat . Duimen dat ” ik weet het niet meer, het is niet best ” toch gekanteld mag worden !

  2. Bezit is geen last, als het maar geen brood eet. Ik heb een aardige verzameling en dat mag zo blijven tot mijn 95 ++ en mijn vrouw vind het ook niet erg. Wellicht is het een idee dat Hans Matla een veiling regelt met alvast 250 mooiste stukken, 200.000 of meer opbrengst en genieten van het vele wat nog overblijft. De stripwereld is lastig maar topstukken staan nog steeds beleggers die niet weten wat ze met hun geld moeten doen voor in het rijtje. Daar zitten zelfs lieden tussen die niet eens verstand of echte liefde voor strips hebben. Maar als je juist wil blijven zitten op die topstukken dan heb je alleen maar jezelf en veel koppijn. Eenmaal verkocht is even beetje pijn en dat gaat echt wel snel over. Maak een mooi plakboek van de veiling met die mooie stukken en blader dat af en toe door. Dat helpt ook.

  3. Misschien kan de heer Matla bedingen dat er een X bedrag maandelijks naar hem overgemaakt wordt door de KB, als oudedagvoorziening, c.q. pensioen, tot aan zijn dood, in ruil voor de collectie. Dat moet te doen zijn voor de KB. Als je 1,8 miljoen bijvoorbeeld deelt door 480, dan levert dat € 3750 p/m op en verzekert hem veertig jaar lang van inkomsten. Hij kan dan ook nog eens zijn verzameling raadplegen, want hij is dan nog openbaar en bij elkaar.

  4. Als één op de honderd Nederlanders een stripliefhebber is, die er een tientje voor over heeft om – zeg – twee toegangsbewijzen te kopen voor een striptentoonstelling in de Koninklijke Bibliotheek, dan zou daarmee de 1,8 miljoen euro opgehaald kunnen worden waarmee de aankoop van de Matlaverzameling kan worden gerealiseerd. Dat lijkt me geen onhaalbare kaart. Er moet gewoon iemand bij de KB of bij het ministerie van Cultuur z’n stinkende best gaan doen om die één op de honderd Nederlanders te bereiken.

    Het is een godgeklaagd klein bedrag voor zo’n unieke verzameling. Hans Matla verdient het ten volle.

    Of zijn ze bij de KB zo cynisch dat men zit te wachten tot blojkt dat ook Hans niet het eeuwige leven heeft?

  5. Als ik Matla was zou ik de collectie voor een klein bedrag aan de KB geven. Dan heeft hij de garantie dat de collectie voor altijd bij elkaar blijft. Als hij het voor een hoger bedrag aan een particulier verkoopt voor meer geld, heeft hij die zekerheid niet.

    • Ik kan niet voor Hans Matla spreken, maar zou hem niet willen adviseren om zijn collectie voor ‘een klein bedrag’ aan de KB te semi-schenken. De vrucht van zijn levenswerk heeft financiële waarde, die afhangt van de manier waarop hij die verkoopt: in delen, of als collectie met meerwaarde. Zo kunnen ook sommige sigarenhandelaren hun bedrijf bij hun pensionering leuk van de hand doen.

      Echter, ‘de garantie dat de collectie voor altijd bij elkaar blijft’ heeft zeker ook waarde, als is die niet financieel, maar intrinsiek. Het is wat elke verzamelaarshart doet kloppen.

      Kortom, Matla moet kiezen of hij de financiële of de intrinsieke waarde zwaarder laat wegen. Ik geef hem daarbij in overweging dat tal van geweldige mensen aan het einde van hun professionele loopbaan óók geen half miljoen of meer overhouden aan de vrucht van hun arbeid: leraren, verplegers, agenten. Misschien helpt dat besef hem om niet per se te kiezen voor ‘het meeste geld’.

  6. Toen ik zelf strips verzamelde, in de jaren zeventig, was ‘Panda’ in Frederikstraat 955 de Heilige Graal. Ik woonde een heel eind van Den Haag, dus een bezoek brengen was een zeldzaamheid. Toen had ik al grote eerbied voor de verzamelwoede, nee -manie van Hans Matla, die het niet alleen maar ‘leuk’ vond om te doen maar het verzamelen en heruitgeven (Panda was ook een eenmansuitgeverij) professioneel aanpakte. Zulke figuren, waaronder ook Kees Kousemaker van Lambiek, gaven het beeldverhaal (een sjiekere term) en het verzamelen daarvan de status die het verdiende. Strips zijn immers aanzienlijk méér dan postzegels en sigarenbandjes weergaven van cultuur en samenleving, zoals ook literatuur en beeldende kunst dat zijn. Van FC Knudde via Crepax en Yoko Tsuno naar Tardi, Toonder en Eisner.

    Ik vind het volkomen terecht dat iemand die zijn leven in dienst van het beeldverhaal heeft gesteld, tachtig uur of meer per week, daarvoor door de samenleving wordt beloond. De ridderorde is een mooi symbool van die erkenning, maar ja, die kost niets. Het is overdraaglijk dat diezelfde samenleving de levenslang opgebouwde verzameling van Matla, die voor het grijpen ligt, niet ook op culturele en financiële waarde weet te schatten.

    Enkele jaren geleden werd door de Nederlandse staat voor één schilderij van Rembrandt 160 miljoen euro betaald (‘Oopje en Marten’). Matla verlangt één procent van dat bedrag voor zijn totale collectie. Dat is misschien geen Oopje, maar wel een Koopje.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*