Promotie, promotie, promotie!

Het beeldverhaal is big business in Frankrijk, kopte De Telegraaf laatst. Aan de vooravond van het jaarlijkse stripfestival in Angoulême peilde de krant van wakker Nederland de stemming over strips bij de Fransen. De conclusie zorgt bij mij voor een mix van vreugde en jaloezie. ‘Het aanbod is groot en divers, verkoopcijfers stijgen en comics hebben niets te vrezen van het digitale tijdperk’, schreef de krant.

© Peter Beemsterboer/StripGlossy

Ik ben zelf zo’n beetje als stripliefhebber geboren, maar ik begeef me pas een dikke twee jaar echt in de Nederlandse stripwereld. En daar hoor ik regelmatig gesomber dat er steeds minder strips gelezen worden en dat de media zo weinig aandacht aan de strip besteden. Als onderdeel van die media –ik werk al jarenlang als journalist bij BNR Nieuwsradio- probeer ik dan geduldig uit te leggen dat er voor media-aandacht meer nodig is dan een matig persbericht. Dat media strips best een onderwerp vinden, als hen maar goed duidelijk gemaakt wordt waarom ze ergens aandacht aan moeten besteden. Dat je moet investeren in contacten met stripliefhebbers op de redacties van de NOS, de Telegraaf, DWDD of 3FM. En geloof me, ze zijn er.

Maar laat ik het op deze plek dan eens minder diplomatiek zeggen: dat de strip in Nederland nog niet in de schaduw kan staan van die in Frankrijk, heeft de stripwereld voor een groot deel aan zichzelf te danken. In een wereld die vooral wordt bevolkt door artistieke creatievelingen, zijn PR en commercie lange tijd vieze woorden geweest. Of zijn ze het nog steeds. Maar strips verkopen zichzelf niet. Je moet verrassen, opvallen en lawaai maken, juist in deze tijden van vluchtige likes.

Iemand die daar afgelopen maanden goed mee geëxperimenteerd heeft, is Hugo Seriese. Hij heeft de StripBattle gewonnen door slimme trucs en een reeks absurdistische filmpjes met een hoog Monty Python-gehalte, waarin hij zijn publiek vroeg op hem te stemmen. ‘Ja maar zo maak je PR belangrijker dan kwaliteit’, hoorde ik een aantal mensen zeggen. Om te beginnen is kwaliteit nogal een subjectief begrip. Bovendien kun je promoten tot je een ons weegt, als je bagger maakt stemmen mensen echt niet op je. Daarnaast, wat heb je aan kwaliteit als het slecht gepromoot wordt?

Een goed voorbeeld van PR is het nieuwe album van Asterix. Dat is afgelopen jaar honderdduizenden keren over de toonbank gegaan. Terwijl er ook veel strips zijn verschenen die tien keer beter zijn dan de nieuwe Asterix, maar die nog niet een procent van de verkopen van de kleine Galliër halen. Dan kan je gaan zeuren op Asterix, dat het een matige formulestrip is geworden die teert op oude successen, en dat er een kleine hype omheen gecreëerd wordt, en dan heb je nog gelijk ook. Maar je kan het ook ontzettend jammer vinden dat al die strips die zo veel beter zijn, zo slecht worden gepromoot. En dat ze daardoor slechts hun weg weten te vinden naar een handjevol liefhebbers, maar dat het grote publiek er nog nooit van gehoord heeft.

Hier ligt een mooi terrein voor striptekenaars en uitgevers om te verkennen hoe ze hun eigen strips op een originele en opvallende manier kunnen promoten. Maar als we ooit in de buurt van Frankrijk willen komen, heeft ook de strip als geheel een flinke boost nodig. Eind jaren zestig is daarvoor Het Stripschap opgericht, een vereniging die tot doel heeft het beeldverhaal te bevorderen. Het waren de gouden jaren van de strip in Nederland, waarin de ene strip na de andere ontstond. Dat had oprichter P. Hans Frankfurther goed gezien: juist als het goed gaat, moet je je organiseren om te zorgen dat het goed blijft gaan. Als je op je lauweren gaat rusten, loopt die bruisende stripwereld als zand tussen je vingers weg.

En eerlijk is eerlijk, het bruist nu een stuk minder. Een centrale regie bij het promoten van de strip ontbreekt. Daardoor ontstaat ruimte voor nieuwe dingen, zoals de StripGlossy, mijn eigen website stripjournaal.com of de Stripmaker des Vaderlands. Dat is mooi, maar het komt voort uit een gevoel van onmacht. Ieder gaat dan maar op zijn eigen eilandje zijn steentje bijdragen.

Het Stripschap viert dit jaar haar vijftigjarig bestaan. Een mooi moment om de balans op te maken, en plannen te maken voor de komende vijftig jaar. De Stripdagen aanhaken bij de Dutch Comic Con is een eerste stap, maar daarmee zijn we er nog lang niet. Als het lukt om de stripwereld weer te laten bruisen, kunnen we in de buurt komen van Frankrijk. En dan ben ik over vijftig jaar een gelukkige bejaarde.

Facebook
Twitter
Instagram
Volg via Email
RSS
Google+
https://stripjournaal.com/2018/04/10/promotie-promotie-promotie/

3 Comments

  1. Eerst naar jezelf kijken en daarna pas wijzen naar een ander. Helemaal mee eens. Één ding: in het Nederland van de jaren 50 (van de vorige eeuw) waren strips ‘nog done’. Zelfs de minister van Onderwijs toentertijds zei dat je er alleen maar dom van bleef. Dus heel calvinistisch Nederland volde braaf. Dat was in Frankrijk én België anders. Daarom bleef Nederland achter. Maar in Nederland worden prachtige strips gemaakt. Koester dat alstublieft. Want deze Kunst is het waard.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*